Speech after long silence

Vandaag kwam ik mijn oude leraar Nederlands tegen
We stonden voor de glazen deur van een bakkerij
Hij met een brood in de hand, ik een muntstuk
De andere handen schudden elkaar
En hij informeerde meteen naar mijn vorderingen
In het leven

Ik kromde mijn rug tot een vraagteken
en wierp mijn hoofd
Van mijn romp zodat het onder mijn voeten
Als punt kon dienen

Ik weet niet meer hoe lang hij sprak
Het werd avond en het werd donker
In mijn ooghoeken kwamen vrienden voorbij
Op weg naar tennisvelden en cafés

Zijn laatste woord was nacht
Hij zweeg, opende de broodzak en gaf me de eerste korst

Ik kauwde en ik kauwde
Thuis lag er een wakke zoete brij
Tegen het gehemelte
Sinds heel lang weer een gedicht

 

De Bokaal (kortverhaal)

Y

 

 

Yves haalde een lege konfituurbokaal uit de keuken, draaide hem open, smeet er een euro in, draaide hem terug dicht en zette hem op de tafel in het zicht van zijn mokkende vrouw. “Waar is dat nu weer goed voor?” Haar stem was nog even bitsig als daarnet. “Dat is voor de hoeren.” antwoordde Yves. “Elke keer dat jij de bitch uithangt, ga ik vanaf nu één euro in deze bokaal smijten. En als hij vol is ga ik naar de hoeren.” “Klootzak!” De deur van de woonkamer vloog bijna uit haar hengsels, de trap daverde en ook de slaapkamerdeur kreeg nog de volle laag. Die zat. Hij zette de bokaal naast de Van Dale op de schouw en ging met een tevreden glimlach voor de tv zitten. Yves en Mia hadden niet wat je noemt een slecht huwelijk maar hun ruzies mochten er zijn. Eén of twee keer per maand vloog Mia uit haar sloffen. Vroeger was Yves bang van haar maar nu reageerde hij met ijzig cynisme en dat maakte haar alleen maar razender. Gelukkig was het na een paar uurtjes meestal afgelopen en konden ze er beiden om lachen. De bokaal bleef echter staan waar Yves hem had neergezet en Yves deed wat hij gezegd had. Wanneer hij zich diep ongelukkig voelde in zijn huwelijk, en hij zich geweld moest aandoen om niet te vertrekken, haalde hij een euro uit z’n zak en deponeerde hem in de bokaal.

Let op, Yves deponeerde nooit lichtzinnig. Hij analyseerde elk conflict zo objectief mogelijk en enkel als hem absoluut niets te verwijten viel, stortte hij in de hoerenbokaal. Het moest duidelijk een geval zijn waarbij hij het slachtoffer was van het kribbige, onredelijke karakter van zijn vrouw. Dat gebeurde niet vaak want Yves was streng voor zichzelf en zag rondslingerende sokken, te laat cafébezoek, lichten laten branden in de badkamer en andere slordigheden als een gegronde reden voor een woede-uitval. Wanneer hij dan toch tot storten overging was er een onmiskenbare opluchting en zelfs uitgelatenheid. “Ik ga het echt doen” zei hij elke keer met meer vastbeslotenheid tegen zichzelf. Yves was nog nooit naar de hoeren geweest. Het hielp hem om zijn vrouw onmiddellijk te vergeven. Na vier maanden lagen er zeven euro’s in de bokaal, een bodemlaagje echtelijke onmacht. Hij had na die eerste keer alleen gedeponeerd als ze er niet bij was en toen ze eens aan tafel zaten, merkte ze de bokaal op. “Vul jij die bokaal echt aan?” “Ja” zei Yves met een mond vol puree. “waarom?” “Het lucht op. Ik doe het alleen als je echt over de schreef gaat.” Ze stond op, nam de bokaal vast en telde de euro’s. “Zeven. Op al die tijd. Aan dit tempo ben je impotent als je ooit naar de hoeren mag.” Yves lachte mee. Ze hadden het fijn samen.

Twee jaar later was de bokaal halfvol. Ze waren verhuisd naar een villa in de rand waar Yves zijn thuispraktijk als tandarts kon hebben. Hij verdiende goed en Mia gaf nog maar halftijds les. Soms, heel soms, glipte ze de praktijk binnen tussen twee patiënten en vrijden ze op de tandartsstoel. Ze assisteerde hem bij moeilijke ingrepen en was ook veel bezig met de inrichting van het grote huis en de tuin. De bokaal stond niet meer op een zichtbare plaats. Yves bewaarde hem in zijn kabinet en deed er nog steeds een eurootje in als hij het te kwaad kreeg. Hij was sinds de verhuis niet meer ter sprake gekomen met zijn vrouw en hij vermoedde dat ze hem vergeten was, of hem had afgeschreven als een folietje. Yves woog de bokaal soms in zijn handpalm en voelde de koude van de duiten door het glas. Hij schudde ze dan één keer op en zette de bokaal terug. Op een avond, toen ze de bloemen die hij had meegebracht uit het raam smeet omdat hij ze niet zelf in een vaas wilde zetten, kapte hij de bokaal leeg op zijn bureau. Hij stapelde de muntstukken in zuiltjes van tien en kwam op tweeënzeventig euro. Hij had er geen idee van wat een hoer kost maar met tweeënzeventig euro moest je toch ergens komen. Bovendien was hij een verzorgde man en naar het schijnt passen hoeren hun prijzen daaraan aan. Hij deed de euro’s terug in de bokaal, smeet er eentje bij en vergaf zijn vrouw haar hysterisch gedoe.

Met Mia’s zwangerschap braken er gouden tijden aan voor de bokaal. Vooral de eerste maanden was ze niet te genieten. Ze tierde en vloekte als een foorwijf bij de minste fout van haar man. Yves probeerde zo goed mogelijk voor haar te zorgen en haar te sussen wanneer ze misselijk was maar er was geen houden aan. Eén product fout op een boodschappenlijst en het huis was te klein. Wanneer hij ‘s nachts ging plassen, siste ze dat hij haar de nachtrust niet gunde en de baby bewust zat af te remmen in zijn groei. Ze verweet hem ongevoelig te zijn en een gruwelijke egoïst. Toen de echografie uitwees dat het een meisje zou worden waren ze beiden in de wolken. Yves had een privé-sauna afgehuurd en de hele namiddag lagen ze te vrijen en te weken in het broebelbad. Het was één van de mooiste dagen van hun huwelijk. Toch verweet ze hem die avond dat hij veel liever een jongetje had gehad en dat ze nu wel helemaal alleen voor de opvoeding zou moeten zorgen. Rond de vierde maand stabiliseerde de hormonenspiegel en werd ze minder giftig. Het speet haar en hij wist dat ze het meende. De bokaal was nu voor drie vierde gevuld.

De laatste maanden van de zwangerschap druppelde er af en toe nog een duit in de bokaal maar echt vol raakte hij niet meer. Mia ging het ziekenhuis in en beviel van een wolk van een baby, een meisje waarvoor ze de naam Kathy verzon. Het was met de keizersnede ter wereld gekomen en moeder en kind bleven een paar dagen op krachten komen in het ziekenhuis.

Allerlei praktische en morele bezwaren werden nu door de kracht van de gelegenheid van tafel geworpen. De tweede nacht na de geboorte van zijn dochter stopte Yves de bokaal in zijn jaszak en stapte de straat op. Het motregende en er hing een schel licht op de bouwgronden rond hun nieuwe huis. Hij stapte zijn Audi in en reed naar de steenweg, het dorp uit naar de stad. Onderweg stonden er een paar grote villa’s uit de jaren stillekes met vergeelde borden “nieuwe meisjes” en “barmeisjes gezocht”. Hij had er al honderden keren langs gereden maar nu bonkte zijn hart in zijn keel. Natuurlijk zou hij hier nooit gaan, zo dicht bij huis. In de stad zou hij een zekere anonimiteit vinden. En het was vooral goorder, hoerenbezoek in een stad, en daar ging het om. Zodat hij niet in de verleiding kwam om het nog eens te doen. De bedoeling was duidelijk, een vereffening van een schuld ten opzichte van zichzelf. Zijn gezin vrijwaren van de nurkige klootzak die hij aan het worden is door al dat kribbige gedoe van zijn vrouw en zijn eigen dagelijks offer van monogamie en gewroet in vreemde bekken. Ach ja, we moeten u niet vertellen hoe mannen zich hun dierlijkheid uitleggen. Tandarts Yves was op weg met zijn glazen buidel naar de meisjes van plezier. Als hij straks terug reed zou hij een dikke kilo metaal en een paar miljoen zaadcellen lichter zijn.

Het was in Antwerpen even zoeken voor hij een hoer had gevonden die goed Nederlands sprak. Telkens tikte hij op het raam en wanneer ze haar hoofd buitenstak en iets zei in het Engels of gebroken Nederlands bedankte hij vriendelijk. Aan mensenhandel deed Yves niet mee. “You impotent” riep wulpse negerin hem achterna. Uiteindelijk, in één van de achterstraatjes, vond hij een Vlaamse hoer. Ze zat in purperen jarretels wijdbeens op een kruk met naast haar een reusachtige teddybeer. Als die haar meisjesachtig moest doen lijken was het grotesk, want ze was minstens 45. Het leek eerder of ze met die beer zou gaan worstelen.

“Kom maar binnen, knapperd” zei ze zonder veel enthousiasme. “Ik ben Lien” Yves struikelde bijna over het dikke, langharige tapijt. Het was er muf. Een dikke laag parfum waaronder hij een verborgen walm van zaad, zweet en glijmiddel raadde. Ze deed de gordijnen dicht en hij ging op het bed zitten met zijn jas nog aan. Het nachtlampje was een groene glimworm. Ze stak een sigaret op en bleef met haar kont naar hem staan.

“Je eerste keer?” vroeg ze. “Ja” zei Yves. Hij wilde niet weten hoe ze dat zo snel voor elkaar had maar ze zei het toch. “Je hebt niet naar de prijs gevraagd. Typische beginnersfout.” “Zo.” zei Yves. “Hij haalde de bokaal uit zijn zak en zette hem in het midden van het bed, waar hij een kuiltje vormde. “Dat is alles wat ik bij heb”

“Klein geld?” zei de hoer. Ze rekte zich uit als stramme kat en ging op de rand van het bed zitten, met de bokaal tussen hen in. “Je gaat de eerste keer naar de hoeren en je brengt kleingeld mee?”

“dat is meer dan 100 euro”

“Het blijft kleingeld. Eurokes. Bij elkaar gesprokkeld kleingeld. En wat moet ik daarvoor doen?” Ze begon haar jarretel af te stropen. Yves voelde een lichte paniek in zijn onderbuik.

“Elke keer als ze me zot maakt dan smijt ik er een euro in. En als hij vol is ga ik naar de hoeren!” Hij schaamde zich. Voelde hoe zijn jas nog steeds tegen zijn lijf plakte en hoe dom zijn uitroep was. De hoer leek niet in het minst verbaasd en stroopte haar tweede jarretel af.

“Vol? Die bokaal is toch niet vol? Hoogstens driekwart.” Ze nam de bokaal in haar magere handen en schudde ermee. “Hier kan nog zeker dertig euro bij. Dat is de prijs dus: voor 130 euro mag je mij een beurt geven.” “Die bokaal is alles wat ik bij heb.” “Voor dat geld mag je hooguit eens in mijn tiet nijpen. En lieg niet, je hebt wel meer bij. Beginners zijn goed voorbereid” Yves keek beteuterd naar de bokaal. Hij was inderdaad niet echt vol te noemen. En in zijn portefeuille zat nog 50 euro. Maar dat zou niet eerlijk zijn. Wat moest hij doen? Vertrekken? Ineens duwde de hoer hem met zijn schouders op het bed en ging over hem zitten. “Ik ben je maar aan het pesten, onnozelaar” ze knipte haar purperen beha los en legde hem over zijn gezicht. Door de mazen zag hij haar bolle, dooraderde borsten. Opgespoten? Zijn hard bonkte in zijn keel en zijn penis leek te krimpen. “Heb je gedoucht?” vroeg Lien. “Hé?” “Heb je gedoucht?” “Ja, vlak voor ik naar hier kwam.” Ze maakte zijn riem los en trok hem uit de broek. Dan stroopte ze zijn broek en onderbroek in één beweging van zijn billen. Hij voelde zich belachelijk, met zijn grijze jas, schoenen, sokken en verfrommelde broek terwijl Lien in zijn schaamhaar woelde. De beha lag nog steeds half over zijn gezicht en hij had jeuk op zijn neusvleugel. Dan voelde hij haar warme mond rond zijn slappe geslacht. Langzaam begon het bloed te kloppen. Nu gebeurt het, dacht hij, dit is het.

En inderdaad kwam er een orgasme van. Yves verkrampte, greep in de lakens en plooide half dubbel. Of ze zijn sperma had ingeslikt wist hij niet. Eer hij goed en wel terug onder de mensen was stond ze al weer bij het gordijn een sigaret te roken. Ze zei niets. Yves trok zijn broek op, propte z’n geslacht naar binnen en stond recht. De bokaal stond naast de glimworm op het nachtkastje.

“Wat doe jij in het leven?” vroeg de hoer “waarom?” vroeg Yves “Ik hou graag een beetje een profiel bij van mijn klanten. Dat je getrouwd bent had ik wel door. Maar je beroep is me nog niet helemaal duidelijk. Eerst dacht ik aan vertegenwoordiger; maar toen ik je zag klaarkomen dacht ik eerder aan iets in de medische sector; een anesthesist of een tandarts of zo. Yves zweeg verslagen. “Waarom denk je dat?” vroeg hij tenslotte. “Ik wist het! Een tandarts! “zei Lien. “Tandartsen komen klaar alsof ze de wereld een gunst doen. Jullie trekken eigenlijk exact hetzelfde bakkes als de garagisten. Maar die herken je natuurlijk aan hun eeltige handen.” Verrukt over haar inzichten smeet ze zich terug op het bed. “Ik zou graag mijn bokaal terug hebben.” zei Yves “is het goed als ik hem op het bed leegkap?” “Whatever you like, sweetie” Yves greep snel naar de bokaal, morrelde het vacuüm deksel open en kapte hem leeg op het bed. De euro’s kropen in de holtes die Lien met haar knieën in het bed duwde. Ze lachte geamuseerd. “Ik stop ermee voor vandaag. Wat ga jij doen? Terug beginnen sparen?”

Het regende toen Yves buitenkwam. En ook in zijn hart was er nattigheid. Het duurde geen twee straten of hij begon te huilen. Een klodder snot schoot door het snikken uit zijn neusgat. Hij veegde hem af met zijn mouw en liep schokkend verder. Krampachtig omklemde hij de bokaal en smeet hem tegen de straatstenen. Het deksel vloog eraf maar hij brak niet.

Beeld: Dave Roelofs